Parels worden gevonden in de schelp van een weekdier. Deze dubbelschalige schelpen worden doorgaans ‘pareloesters’ genoemd, al zijn het in feite geen oesters. In tegenstelling tot edelstenen hoeft een parel niet bewerkt te worden, zij wordt in al haar volmaaktheid gevonden. Alleen de natuur bepaalt haar kleur en haar vorm. Een parel schittert niet, maar heeft oriënt: de subtiele kleurschakeringen in het parelmoer.

 

Ieder gebied z’n eigen kleur

Natuurlijke parels, die ook ‘echte’ parels of oriënt parels genoemd worden, zijn uiterst zeldzaam en dus kostbaar Er moeten maar liefst 15.000 oesters geopend worden om één enkele parel te vinden. Zo’n parel is een speling van de natuur, veroorzaakt doordat een hinderlijk voorwerpje, zoals bijvoorbeeld een zandkorrel of een parasiet, een pareloester binnendringt. Om zichzelf te beschermen, vormt de oester dunne laagjes parelmoer om de irritatie heen, totdat er een rond, glanzend bolletje ontstaat: de parel. Als een natuurlijke parel onder een röntgenapparaat gelegd wordt, is vaak te zien dat die uit vele laagjes bestaat.

 

Vindplaatsen van parels zijn verspreid over de hele wereld: de Perzische Golf, Sri Lanka, Australië, de eilanden in de Stille Zuidzee, Venezuela, Mexico en Panama. Soms worden parels ook in zoetwatermossels gevonden, bijvoorbeeld in Amerikaanse of zelfs Europese rivieren. De parel verraadt haar afkomst altijd door haar kleurschakering. Ieder gebied levert een andere tint op. De Australische parel staat bijvoorbeeld bekend om haar zuiver witte kleur, terwijl parels uit de buurt van Japan eerder een lichtgroene tint hebben. Er zijn maar liefst zestien kleuren parels.

 

Het mysterie van de natuurlijke parel

Het gegeven dat een uiterst zeldzame en unieke parel gevonden kon worden in een onooglijke schelp, zorgde in het verre verleden voor een mantel van magie rond dit glanzende kleinood. De parel leek alle geheimen van de diepten van het waterrijk tot uitdrukking te brengen in haar mysterieuze glans. Deze magie ging heel ver, de waarde van parels werd erdoor opgedreven tot waanzinnige hoogte. Zozeer zelfs, dat ten tijde van de Romeinse overheersing een enkele parel kon volstaan om een veldtocht te financieren.

 

Terwijl diamanten en andere edelstenen pas de laatste vijf- of zeshonderd jaar in de belangstelling staan, zijn parels al zesduizend jaar lang geliefd om hun ingetogen schoonheid. Parels werden met gevaar voor eigen leven opgedoken door parelvissers en waren zeer zeldzaam.

 

De cultivé parel

Omdat één mooie parel het verschil tussen armoede en grote rijkdom kon betekenen, hebben mensen eeuwenlang geprobeerd parels te kweken Het duurde echter tot het begin van deze eeuw voordat er een succesvolle kweekmethode werd ontwikkeld. De Chinezen slaagden er het eerst in het ‘productieproces’ van de oester op gang te brengen, maar het was de Japanse pastaverkoper Mikimoto die er in slaagde om de eerste ronde, mooie parel te kweken Hij injecteerde een bolvormig geslepen stukje van een mosselschelp in de pareloester en dat bleek de sleutel tot het grote succes. De rijken der aarde lieten zich aanvankelijk niet overtuigen van de waarde van de gecultiveerde parel, hoewel deze in schoonheid nauwelijks voor de natuurlijke onderdoet. Het verschil is niet met het blote oog waar te nemen. Alleen met behulp van röntgenapparatuur kan een cultivé van een natuurlijke parel worden onderscheiden. Coco Chanel, de Franse koningin van de mode, gaf de gekweekte parel het laatste zetje in de rug toen zij haar ensembles completeerde met meterslange parelsnoeren. Dergelijke sieraden waren absoluut onbetaalbaar als ze van natuurlijke parels vervaardigd zouden worden en de jetset ging dan ook massaal overstag. Vanaf dat moment ging het allemaal razendsnel en begon de cultivé aan een zegetocht die tot op de dag van vandaag voortduurt. Van alle parels die momenteel verkocht worden bestaat nog maar één procent uit natuurlijke parels.

Dank aan Leon Martens